Martino Met Extra Augurken
maandag, september 21, 2009
  http://koenlau.wordpress.com/
http://koenlau.wordpress.com/
 
dinsdag, september 15, 2009
  Heidi
Als door boter. ’s Morgens én ’s avonds. Gisteren heb ik ter hoogte van de bocht van Halle eens in mijn arm moeten bijten, maar ik was wel degelijk wakker. Het was nauwelijks even voorbij 9 uur en ik was voorbij de flessenhals van de A8. Vandaar stond ik op amper tien minuten in Groot-Bijgaarden. Ware het niet dat een oplegger uit Qatar mij bij de afrit even in mijn opgang hinderde dan was ik de parking nog anderhalve minuut eerder opgereden. Maar wat zou het, wellicht was de chauffeur, na zijn doortocht op het Suezkanaal en de overtocht van de Middellandse Zee, nog niet aangepast aan onze landwegen. Laat niemand mij verkeerd begrijpen, het is geen kritiek. Ik hou geen pleidooi voor truckersscholen voor minderheden.
Maar goed, als je vroeger kan beginnen werken, is er meteen ook eerder tijd voor verdiende rust. Om 18 uur schakelde ik bijgevolg, even vlot als ik de Brusselse ring op reed, van StuBru naar Klara. ’s Morgens heb ik Thomas De Soete nodig ter bevestiging dat ik wakker ben geworden, maar als de herfst zich aandient laat ik mij ’s avonds graag vervoeren door de Tuin van Eden van Bart Stouten. Ter hoogte van de afrit Dilbeek had ik al drie keer de ladder voorgeprogrammeerde zenders op- en afgelopen maar ik hoorde de man met de stem als een knisperend haardvuur nergens. In plaats daarvan bleef ik midden een soort Babylonische spraakverwarring hangen bij een andere bekend geluid. Met een r die zo opwindend flirtte tussen de huig en de tong kon dat alleen maar Heidi Lenaerts zijn. De lekkere spitsmuis van Studio Brussel, die zich graag voordoet als een belezen kerkuil, bleek de labrador van Klara uit zijn mand bij de haard te hebben verdreven. Om 18.46 uur kondigde de huig van Heidi de bas van Bart alsnog aan voor na het nieuws.
Conclusie: door het massaal afhaken van de Waalse pendelaars uit Mons en omstreken, miste ik mijn favoriete programma. Of ik desondanks gelukkig moet zijn dat ik Heidi teruggevonden heb of eerder moet hopen dat de Waalse beroepsbevolking zich snel terug wat actiever zal gedragen en de ring weer snel zal laten dichtslibben, daar moet ik nog even een nacht over slapen.

Labels:

 
maandag, augustus 03, 2009
  Goliath
Een reus wordt verondersteld groot te zijn. Of op zijn minst indrukwekkend en overweldigend. Door zijn gigantisch ego valt hij altijd en overal meteen op. Zo niet in positieve zin, dan minstens omdat omstanders er bang voor zijn of geconfronteerd worden met hun eigen nietigheid. De uitverkoren manspersoon om het voltallige Israëlische leger te kleineren, zij het in een tweegevecht. Het is slechts een zeldzame David die daartegen opgewassen is.

Deze niet. Drie jaar lang liep ik hem tijdens de Sculptouren van Galerie Beukenhof achteloos voorbij. De reden is niet geheel duidelijk. Het kan best zijn dat hij zich verschool in de immense tuin, maar dat argument is amper vol te houden. Volgens Piet heeft hij zich namelijk elk jaar verplaatst en is zijn onzichtbaarheid bijgevolg niet te verklaren door één goed gekozen schuilplaats.

Een tweede mogelijkheid is dat de galerijhouder liegt. Het is niet ondenkbaar dat Piet zichzelf gehecht heeft aan dit mannetje, zoals je je aan een heggenmus kan hechten, en bijgevolg wil vermijden dat hij zijn stil geluk elders zoekt. De meest waarschijnlijke oorzaak is evenwel dat Goliaths bescheidenheid alleen ervoor gezorgd heeft dat hij al die tijd kon opgaan in het indrukwekkende decor.

Toen ik hem voor het eerst opmerkte, droeg hij nog de tekenen van een doordachte camouflage. Een langgerekte vogelplets trok een witte brij een brede streep van zijn achterhoofd tot een eind op zijn rug. Jarenlang in weer en wind hadden hem verder van top tot teen onder een roestlaag bedolven, zodat hij van op een afstand enkel maar een heel treffende gelijkenis met een dorre tak vertoonde. Eentje die tijdens een voorjaarsstorm van een van de omstaande bomen was gerukt en bij het neerkomen verticaal in de grond was blijven steken, midden een overigens keurig aangelegd veldje Pennisetum. Allerminst het afschrikwekkend beeld dat je van een klassieke Filistijnse tweevechter verwacht. Het verweerde staal gaf hem integendeel iets vredigs en gelaten. Een litteken dat door aanhoudende beproevingen de harde bast had aangetast. Mij verwonderde het in ieder geval niet dat sommige aanslagen zwaar waren aangekomen. De reus zag er bij nader inzien ook van dichtbij allerminst reusachtig uit. Aangezien hij midden het hoge gras was opgedoken, zag ik aanvankelijk zijn voeten niet (van een reus zou je verwachten dat je zijn hoofd amper kan zien, omdat het lichaamsdeel verdwijnt achter laaghangende wolken). Het was pas nadat we wat oneerbiedig tussen de grashalmen gingen woelen dat we ontdekten dat hij eigenlijk nog op een heuveltje stond, wat even een beeld van Ben Crabbé opriep die Blokken presenteert.

Ook al droeg hij klaarblijkelijk een harnas (wat op zich ook al wijst op een eerder wankel geloof in zijn eigen ongenaakbaarheid) dan nog kwam hij mij in eerste instantie nogal vriendelijk over. Als dit volgens de kunstenaar John Bulteel een Goliath was, wat zijn naamkaartje inderdaad bevestigde, dan moest het beslist de laatste uit de reuzenklas geweest zijn. De niet-reus, die meer aan een konijn deed denken dan aan een gigant. Een echte Vlaamse reus. Een underdog waar gemakkelijk de spot mee gedreven werd, wat meteen de littekens verklaarde. Arme reus.

Ik ben geneigd om Goliath voortaan op deze manier te benaderen, hoewel er ook een alternatief mogelijk is. Misschien dwingt de kunstenaar ons in de rol van David. Telkens we voor de reus staan, kijkt hij in de ogen van zijn overwinnaar, die hem luttele ogenblikken later, met een houw van zijn eigen zwaard, zal onthoofden. Hij krijgt ons in het vizier nadat we hem net, met een flinke zwaai van onze slinger, een fikse steen in het midden van zijn voorhoofd hebben gemikt.

Je zou voor minder een eind krimpen.

Labels:

 
woensdag, april 02, 2008
  De knecht en de veroveraar
Abdellah Ben Yunus keek gelaten naar het verstilde spektakel. De meeste van zijn soldaten lagen uitgeteld tegen wat, na de ultieme aanval, van de palmbomen was overgebleven. Naarmate de avond viel, was de wind komen opzetten en die had de mannen intussen met een waas van stof bedekt. Nader had hem de uren voordien koelte toegewaaid met een stok die uitwaaierde in pauwenveren. Nu lag zijn vertrouwensman onbeschut op een dadel te kauwen. De vrucht was oud, het sap was eruit en het droge vlees kleefde tussen zijn tanden. Nader spuwde de pit uit en keek meteen schichtig naar zijn meester om te zien hoe hij zou reageren. De pit stuiterde voor de voeten van de veroveraar en bleef toen liggen, tegen de schotel met het karkas en de restjes kip.
Ben Yunus rolde met zijn ogen en zuchtte. Hij wist dat Nader hem wou opbeuren, maar daar was nu meer voor nodig. Veel meer dan een eenvoudige Berber gedurende zijn leven kon opbrengen. Hoeveel dochters hij ook had kunnen verwekken en hoe lucratief de onderhandelingen met de huwelijkskandidaten ook waren geweest, geen enkele vader van geen enkele van Naders schoonzoons had voldoende kamelen bij elkaar kunnen drijven om de last te dragen die Ben Yunus opnieuw troost zou kunnen brengen. Als alle hoop gestorven is – en die gaat als laatste – was troost het enige waar hij nu nog kon naar verlangen.

Nu de zon onder was koelde de aangestampte aarde waarop Ben Yunus te rusten lag snel af. De kilte dreef naalden, dwars door het harde tapijt, in zijn reumatische schouder en toen hij probeerde te verliggen, lukte dat niet. Zijn zuchten ging over in een langgerekte kreun en hij besloot dat Allah hen allemaal had verlaten. Hij sloot de ogen en wenste dat hij nooit meer wakker zou worden.

***

Er komt een moment dat een knecht de gedachten van zijn meester kan raden en dat het voor de meester duidelijk wordt wat de knecht heeft gedreven om hem een heel leven lang te dienen. Dat is het ogenblik dat de woorden er niet meer toe doen en de stilte alle grenzen doet vervagen. Tot de slaap de dromen wekt.
In het schijnsel van de vuren zag Nader hoe een paar woestijnsoldaten de krachten bundelden om zich voor de nacht te beschutten. De andere lagen gewoon voor zich uit te staren en leken al gestorven. Bewegingsloos, zoals de palmbomen rondom hen. Straks zouden ook die verdwijnen en bleef van de gulle Palmaire niets meer over dan een vlakte zonder bakens, waar de wind, het zand en de zon veroveraars voorgoed zouden hebben overwonnen.
De trouwe knecht sloot de ogen en voelde dezelfde koude die zijn meester bekroop. Hij rilde en taste blind naar de dadels, maar de kom was leeg. Hier had Ben Yunus meer dan tweehonderd jaar geleden voor gewaarschuwd. Hier nam de dood over. Er stak een hevige wind op en alles werd zwart.

***

Het snot van een kameel valt in elastieken slierten op het gebarsten beton. Een slager telt met bebloede handen een stapel bankbiljetten. Vliegen zonnen zich blauw op het natte vlees. Geronnen bloed op de slachtbank. Het mes roest. Een man tast aan zijn kruis en krabt zijn ballen. Lang. Een ezel zeikt zijn poten nat. De urine stroomt over de gestampte aarde naar een gele plas. Schuim. Er ligt afval in de goot. Platgetrapte plastieken flessen. Duizenden auto’s en zwermen bromfietsen met tweetaktmotoren chargeren in een wolk van uitlaatgassen. Hun getoeter maskeert de azan van de muezzin. De maansikkel verduistert, de zon sluit de ogen. Mannen spuwen zwarte fluimen. Een smid knielt bij een open riool. Zijn weerzinwekkend spiegelbeeld laaft zich aan de koele bron. Hij schept de walmende blubber in zijn handpalmen en gooit het in zijn gezicht. Katten op drie poten schieten weg. Het verkeer slibt nu dicht. Agenten staan roerloos in de schaduw. Een man grijpt onder de rokken van een vrouw. Haar geslacht druipt. Zijn handen laten sporen na. Hij neemt haar op het vloerkleed. Het zaad stuwt, de kaftan schuurt. De vrouw scheurt en huilt. Kinderen schooien. Graaien met vereelte vingers onder bakken rottend fruit. Een langgerekte schreeuw van angst en onmacht. De storm steekt op en bedekt het wrakhout van dode bomen met een metersdikke laag zand.

***

Als je met je been of een ander deel van je lichaam, lange tijd onbeweeglijk tegen een voorwerp aandrukt, dan weet je op de duur niet meer waar je lichaam ophoudt en de rest van de wereld begint. Het voorwerp neemt de temperatuur van je lichaam aan en je tastzin schakelt zich na een tijd vanzelf uit omdat er bij gebrek aan beweging toch niets meer te tasten valt. Precies zoals dat het geval is als je nergens tegenaan leunt en je huid alleen begrensd wordt door de lucht.
Nader hoopte dat de gewaarwording van de dood iets gelijkaardigs zou zijn. Met dat verschil dat niet een beperkt deel van het lichaam maar dat het hele lijf zich voorgoed zou verliezen.
De knecht slaagde er niet in om zich te bewegen. Alleen al doordat hij zich dat realiseerde sloeg de schrik hem om het hart. Ook al voel je niet meer; geen pijn en geen warmte of koude, geen beweging en geen stilstand, ben je wel dood zolang je je bewust bent van die toestand?
Hij kneep zijn ogen harder dicht in een panische reflex om zijn gedachten te stoppen. Maar precies omdat hij dat zo intens probeerde, was het alsof hij de grenzen van zijn eigen lichaam van binnenuit herstelde. De gevoelloosheid had evengoed een krampachtige toestand van extreme pijn kunnen geweest zijn, die zijn zintuigen had verdoofd. Allah speelde een bitter spel met hem. Wat had hij zijn Schepper misdaan dat de dood hem in de ogen had gekeken en vervolgens het hoofd had afgewend?

Nader voelde dat de nacht hem zou ontglippen. Het had geen zin meer om zijn oogleden tegen elkaar te persen want desondanks priemden er al lichtspatten door het vlies. Zoals ’s zomers, als de zon loodrecht stond en hij als kleine jongen onder een olijfboom naar de hemel had gestaard. Zweet parelde over zijn hele lichaam. Een laagje vocht waardoor hij exact kon voelen dat hij nog steeds de vorm had van een mens. Er was nu van pijn geen sprake meer. Een dwaze tinteling verspreidde zich als een nest mieren onder zijn gescheurde kleed, over heel zijn lijf, zoals na een koud bad in het ijswater dat van de Hoge Atlas stroomt. Wat was het heerlijk om na een lange dagtocht vervolgens in de zon te drogen.

Nader opende de ogen en zag dat een nieuwe dag al begonnen was. Hij had zichzelf overwonnen. Hij stond recht, sloeg het stof van zijn mouwen en vertrok. Hij beeldde zich in hoe hij vanuit een palmboom een baken was dat langzaam door het zand werd opgeslokt.

Labels: ,

 
donderdag, november 29, 2007
  Het einde
Aan haar vierde mailtje had ze een wegbeschrijving gehangen die mij nogal belachelijk gedetailleerd leek. Een A4-vel lang deed ze uit de doeken hoe ik vanuit de heuvelzone naar Gent moest rijden. Aangezien ik daar eerder al eens was geraakt zonder van honger en ontbering om te komen, had ik het attachment amper bekeken. Toen ik mij echter plots te Drongen in een doodlopende straat bevond, oog in oog met een hond van het vijandige Germaanse type, was ik opgelucht dat ik haar wegwijzer toch had uitgeprint. Een halfuur later liep ik aan de andere kant van de stad over een pad, door een overwoekerd voortuintje.
Dat ze mijn columns altijd met veel aandacht las, had ze mij gemaild. Niet via het officiële Koffie & Croissant-adres maar boudweg naar mij persoonlijk. ‘Met veel aandacht.’ Ze schreef er niet bij dat ze de stukjes ook leuk vond, of ontroerend, of godstamijbij: mooi. Ik had haar vriendelijk geantwoord dat mij dat veel plezier deed en dat ik hoopte dat ik haar ook in de toekomst nog zou kunnen boeien. Weken later kwam dan haar tweede mail. Ze was studente pedagogie en had na veel twijfels en overleg gekozen om af te studeren met een thesis over vaders en hun kinderen. Het viel te voorspellen dat één van haar vriendinnen bij gebrek aan inspiratie bij ‘Moeders en hun kinderen’ was gestrand. Ik was met andere woorden studiemateriaal en Eva wou mij graag, met het oog op voortgezet onderzoek, ontmoeten. Ik had nog wat leukig gedaan door te suggereren dat een resusaap veel minder risico’s met zich meebracht bij wetenschappelijke analyses, maar toen ze in haar derde boodschap beloofde voor gebakjes te zullen zorgen, stemde ik in met een overkomst.
De bel ging drie keer over toen ik achter het matte glas een schim zag verschijnen. Die bleek allerminst overeen te komen met het scherpe beeld dat ik mij van de studente had gevormd. Een gezette dame van begin de vijftig opende de deur en keek mij geheimzinnig aan. Zonder verdere introductie deelde ze vervolgens mee dat ze dit het einde vond. ‘Goedemiddag,’ zei ik, in een poging de volgorde der dingen te herstellen, ‘u moet de mama van Eva zijn.’ ‘Inderdaad’, antwoordde de mevrouw en ze loodste mij kordaat de gang in. Pas dan viel mij op dat ze er uitzag als een tent waarvan de touwen nog niet aan de haringen waren vastgemaakt. Ze bleef een paar tellen alleen maar glimlachen. Tot ze me met haar hand een deur wees en ik tussen de plooien van haar witte tuniek een borst zag bloeien. Ik struikelde een schemerruimte binnen, waar niemand was. ‘Eva kan er vandaag niet bij zijn’, zei de moeder. ‘Ik hoop dat je het niet erg vindt.’ Vooraleer ik de kans kreeg om enkele woorden in een zin te sorteren, herhaalde ze dat ze dit het einde vond.
Het moet paniek geweest zijn dat mij het volgende ogenblik op de vlucht deed slaan. Toen ik weer bijkwam, zat ik in een auto. In een doodlopende straat. The end.

Labels:

 
donderdag, november 22, 2007
  Oefeningen in afscheid
Het zal de herfst zijn. De mist en het regengordijn die een mens verhinderen om ver te kijken, waardoor hij van de weeromstuit in zijn eigen kop belandt.
Een vriend vertelde mij onlangs dat zijn vriendin tijdens het windowshoppen verleid werd door een paar laarsjes. Het was liefde op het eerste gezicht en ze werd dan ook meteen geconsumeerd. ‘Het waren van die sexy dingen,’ zei mijn vriend, ‘waar de gemiddelde vrouwenkuit wat strakker van gaat staan en die door een onzichtbaar spel van pezen en spieren ook de kont wat prominenter aftekenen.’ Hij had het schouwspel bij haar thuiskomst mogen gadeslaan. Net zoals de kuiten zelf vinden mannen dat spannend. Toen mijn vriend dat ook eerlijk opbiechtte, is er in zijn vriendin iets geknapt. De laarsjes zijn sindsdien niet meer uit de verpakking gekomen. Ze was bang dat ze de volgende keer bij het windowshoppen de verkeerde signalen zou uitsturen. Een paar weken later had hij een meisje ontmoet met exact dezelfde laarsjes. Toen hij thuiskwam en zijn vriendin kuste, flitste een nanoseconde lang een zin door zijn hoofd: ‘Ik heb een meisje gezien dat haar laarsjes wel draagt en ik ga jou voor haar verlaten.’
Het was weer eens tijd om de dakgoot uit te kuisen. Elk jaar in november. De bladeren zijn dan van de bomen geblazen, de boom heeft de dode takken van zijn lijf geschud en wacht naakt op beter. Van die romantische fallout geraakt de afwatering echter danig verstopt, wat naar verluidt voor onnoembare ellende kan zorgen voor het vastgoed en zijn bewoners. Ik doe mijn trouwring uit omdat ik zo dadelijk met mijn blote handen in de al half vergane, organische blubber moet dreggen. Akkoord, een goed huwelijk moet tegen wat rottigheid bestand zijn maar uit ervaring weet ik dat mijn vingers snel onderkoeld raken, waardoor ze sneller gaan krimpen dan het edelmetaal dat er zeven jaar geleden rond werd gesmeed. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik het niemendalletje daardoor verlies. Terwijl ik mijn ringvinger van zijn versiering ontdoe, zie ik Fré kijken. Wat denkt ze nu, denk ik.
In een stad schuift een vrouw spiedend van gevel tot gevel. De straatlantaarns werpen haar schaduw en die van het kind dat ze tegen haar borst drukt schichtig op de geparkeerde auto’s. Ze lijkt bang. Bang van het licht en bang van haar schaduw. Plots blijft ze staan bij een verlaten bushok. De angst ebt weg, het geluid valt weg, de adem stokt. Waar denkt ze aan? Aan de walm van liefde en sigaretten? Aan de korte tijd dat ze ondanks alles samen waren? Aan hoe het verder moet? Ze schikt de deken. Minutenlang. Misschien kust ze het kind. Maar stapt dan resoluut verder: nog een eind, het portiek in, de schuif open. Het ga je goed, kind. Ik hou van je. En ze verdwijnt.
Het zal de herfst zijn.

Labels:

 
donderdag, november 15, 2007
  Op weduwschap
Het is 7 uur en ik krijg een sms’je. Ik laat de drinkende baby lichtjes naar achter overhellen zodat ik met mijn linkerhand, waarmee ik haar hoofdje ondersteun, bij mijn gsm kan. Zolang de wetenschap er niet uit is of die stralen schadelijk zijn, gun ik de academici het voordeel van de twijfel. Nina laat een boer. De 70cc die reeds in haar slokdarm was verdwenen keert voor een deel terug. Net nu ik vergeten was om haar een slabbetje voor te knopen. De witte Ikeazetel slorp de Nutriton sneller op dan mijn dochter. Het kussen omdraaien voor het bezoek dat zaterdag komt, is geen optie want daar heeft Seppe een paar weken geleden een boterham met choco op laten vallen. ‘Alles in orde met de kindjes?’ vraagt Fré, net voor ze de Chunnel inrijdt voor een reis onder de zee.
‘Ik wil er uit!’ roept Seppe in de keuken. ‘Eerst je cornflakes en je boterham’, antwoord ik. ‘En is je Yakult al op?’ Hij beweert van wel. ‘Ik geloof je niet’, roep ik terug. En ik heb daar redenen voor. Anders duurt het een halfuur vooraleer hij er begint over na te denken om een hap te nemen. Doorgaans moet ik dan nog een paar schrikbeelden oproepen van kindjes met dikke buiken uit Biafra vooraleer er effectief vooruitgang wordt geboekt. En aangezien hij niet weet wat er eind de jaren ’60 in dat deel van Nigeria is gebeurd, is dat dan alleen nog maar te danken aan Fré die ter compensatie de rol van begrijpende ouder op zich heeft genomen. Maar nu is Fré er niet en zit hij bovendien nog maar tien minuten in zijn stoel. ‘Ik moet pipi doen’, zegt hij. Omdat ik Nina te bruusk in haar relax zet, kotst ze ook de rest van die 70cc uit. Ik laat haar in eigen nat sudderen terwijl ik verhinder dat Seppe de overlast nog doet toenemen. ‘Waar zijn je cornflakes en je boterham?’ vraag ik. Er ligt amper een maïsvlok op de grond. ‘Op’, bevestigt hij.
Dit lijkt een kantelmoment. De babysit belt aan, Seppe wil niet zijn volledige speelkamer maar alleen zijn geïmproviseerde sinterklaasstaf en zijn, als mijter dienstdoende, Bob De Bouwerhelm meenemen naar de badkamer. Bovendien blijkt hij het meteen eens met de outfit die zijn moeder heeft klaargelegd. Het is 7.59 uur als we de deur uit gaan, 8.10 uur als ik een parkeerplaats vind en 8.17 uur als ik hem op school drop. Mooi op tijd om over een kwartier op mijn afspraak te zijn. Nog even bij de bakker langs, anders sterf ik deze middag een hongerdood. ‘Goedemorgen’, zegt de bakkersvrouw. ‘Onze Fikkie heeft een kilogram pralines opgevreten (...). We waren op weg naar mijn schoonbroer (...) en ik had het cadeautje op de achterbank gezet (...). Hij is er vreselijk ziek van geweest (...). Hebben jullie een hond? (...)’
Weer een sms van mijn vrouw. ‘Waarom antwoord je niet?’ Heerlijk.

Labels: , , , ,

 
"Ik heb mij daar heel lang schuldig over gevoeld. Maar ineens... Allez, leest den Bijbel: 'Vader, ik heb gezondigd voor den hemel en voor u, ik ben het niet waard uwe zoon te zijn.' Maar wat heeft de Vader geantwoord? 'Haal het vetgemeste kalf en slacht het, want de zoon die ik verloren had, heb ik teruggevonden!' Er is niemand die zo een kruis moet blijven dragen!" (Martino, Arne Sierens)

Mijn foto
Naam:
Locatie: Ronse, Belgium

ARCHIVES

2005-11-27 / 2005-12-11 / 2005-12-18 / 2006-01-01 / 2006-01-08 / 2006-01-22 / 2006-01-29 / 2006-02-05 / 2006-03-05 / 2006-03-12 / 2006-04-09 / 2006-07-09 / 2006-07-16 / 2006-07-30 / 2006-08-06 / 2006-08-20 / 2006-08-27 / 2006-09-24 / 2006-10-01 / 2006-10-08 / 2006-10-15 / 2006-10-22 / 2006-10-29 / 2006-11-05 / 2006-11-12 / 2006-11-19 / 2006-11-26 / 2006-12-03 / 2006-12-10 / 2006-12-17 / 2006-12-24 / 2006-12-31 / 2007-01-07 / 2007-01-14 / 2007-01-21 / 2007-01-28 / 2007-02-04 / 2007-02-11 / 2007-02-18 / 2007-02-25 / 2007-03-11 / 2007-03-18 / 2007-03-25 / 2007-04-01 / 2007-04-08 / 2007-04-15 / 2007-05-06 / 2007-05-13 / 2007-05-20 / 2007-05-27 / 2007-06-03 / 2007-06-10 / 2007-06-17 / 2007-06-24 / 2007-07-01 / 2007-07-08 / 2007-07-15 / 2007-07-22 / 2007-07-29 / 2007-08-05 / 2007-08-12 / 2007-08-19 / 2007-08-26 / 2007-09-02 / 2007-09-09 / 2007-09-16 / 2007-09-23 / 2007-09-30 / 2007-10-07 / 2007-10-14 / 2007-10-28 / 2007-11-11 / 2007-11-18 / 2007-11-25 / 2008-03-30 / 2009-08-02 / 2009-09-13 / 2009-09-20 /


Powered by Blogger

Zeg het!