Te vroeg 40
Ik kom niet uit een familie van verjaardagvierders. Er zijn bij ons thuis nooit feeërieke farandoles gesignaleerd omdat mijn vader 53 of mijn moeder 48 werd. Op 26 maart kreeg ik steevast nieuwe kleren cadeau of een interessant boek over hondenrassen of de kastelen in de Hoge Venen. Maar ik herinner mij geen volkstoeloop in een gloed van kaarsen. Verjaardagen gingen voorbij zoals alle andere dagen met een taart en dat vond ik best. Al die vrolijkheid omdat ik weer een paar kilometer dichter bij dat finale gat in de grond was gerold, ontging mij toen al volkomen.
Er zijn weliswaar een paar verjaardagen waar ik littekens aan overhield. De dag dat ik twaalf werd, beet een uitgelaten Duitse Herder mij in de linkerhand en liet ik een glazen kan met koffie feestelijk op de keukenvloer vallen. Hiephoi! Zeventien jaar later had ik mij bij wijze van afscheid van mijn twenties voorgenomen om eens gezellig vroeg in bed te kruipen. Desnoods met een half pilletje om het overgangsritueel tenminste niet bewust te moeten meemaken. Dat was echter zonder het zootje ongeregeld gerekend dat zich mijn vrienden noemt. Nog voor mijn voornemen vaste vorm had kunnen aannemen, schaakten ze mij van achter mijn computer om mij vervolgens mee te sleuren in een dolle rit door mijn vervlogen jaren. Terwijl ik tussendoor geblinddoekt het halve land werd meegetroond, vroeg ik mij voortdurend af waar al-Jazeera was of de Blauwhelmen als je ze nodig hebt. Ik werd uiteindelijk vrijgelaten midden in een orgie van drank en voedsel. Gelukkig in voldoende hoeveelheden om in een roes de andere kant van de dertig te kunnen bereiken. ’s Morgens stond een kater mij daar op te wachten.
Intussen zijn we alweer bijna een decennium verder. Negen fijne jaren waarin de kater kindjes kreeg en een lotgenoot mij kon overhalen om volgend jaar onze veertigste verjaardag samen te vieren. Met iets dat knalt. Een fuif bijvoorbeeld. "Vergeet die leeftijd", vond Jan, "het is gewoon een gelegenheid om eens goed te feesten." Ik was nog bezig mij daarover te verwonderen toen ik plots in een onwaarschijnlijke feestgedruis terechtkwam. Mijn vrouw wou vermijden dat ik volgend jaar alsnog zou onderduiken en had al mijn geliefden verzameld om mijn 39ste verjaardag te vieren, alsof het mijn veertigste was. Een feestje dat mij zeker een jaar van mijn leven heeft gekost. Maar het is mij zo goed bevallen dat ik het volgend jaar zeker wil overdoen. Ik vrees dat ik oud word.
Het Nieuwsblad, Koffie & Croissant, 30/03
Labels: column