Zomer 2007
Augustus en het wordt hoogtijd dat de zomer van 2007 een gezicht krijgt. Zomers worden verondersteld bij te blijven. Er moeten dingen ontploffen, rolmodellen moeten een tragische dood sterven, komkommers moeten bakken op de grond, monsters moeten uit hun hol kruipen en er moet minstens één onuitwisbare indruk van diepe melancholie als een hit onder onze hersenpan blijven zweven. Dat soort dingen. Maar tenzij ik op het
moment suprême net een papfles aan het opwarmen was, heb ik niet de indruk dat er de voorbije weken al iets gebeurd is dat ik mij de rest van mijn leven zal heugen. Juli kliederde voorbij als een ietwat in elkaar gezakte plumpudding die door een onachtzaamheid van een flauw bergje afrolt. Alleen het weer was aanleiding voor ondraaglijke spanning: het regende of het regende niet. Voor de rest waren het alleen de okselvijvers van Ben Crabbé die voor wat beweging zorgden.
En de dopingzondaars in de Tour dan, zou een sportliefhebber kunnen proberen maar dan verbleef de man in kwestie het voorbije decennium wellicht op Mars of is hij onwelvoeglijk naïef. Luisteraars van Donna zullen een zielige poging ondernemen met
Voyage, Voyage van Kate Ryan maar het liedje is niets meer dan het overdoen van de zomerhit van Desireless uit 1986. Wie andere suggesties heeft, mag het laten weten. Ondertussen zal ik teren op een paar tedere momentopnames die de concurrentie met welke zomerhit dan ook hebben doorstaan.
Het was 1976 en we reden in onze vuilblauwe Ford Escort naar de Ardennen. Naar Poupehan, de kronkel aan de Semois waar Wilfried Martens en Fons Verplaetse later heel even de Belgische hoofdstad van zouden maken. Ik zat op de achterbank samen met mijn persoonlijkheidscrisis in de vorm van pop Koeneke, die ik een week lang zou verzorgen als was het een baby. De zelf gevangen vissen, die in diezelfde week een treurige dood stierven in de lavabo van het aftandse hotelletje, bekleden een mooie tweede plaats. Een paar jaar verder. We zijn in Najac in de Franse Aveyron. Ik leer paardrijden en word stapelverliefd op een tot vandaag onbekende Parijse amazone. Op de terugreis stopt de slaaptrein van FTS ontiegelijk vroeg in de Gare du Nord. Terwijl er op het perron in- en uitgeladen wordt, klinkt door de luidsprekers
Paris s’éveille van Jacques Dutronc. Het is hard als je op zo een moment beseft dat je misschien De Liefde van je leven hebt laten gaan. Wie weet met wat voor eikel ze ondertussen in de Lichtstad samenhokt.
Tot slot wil ik u ook de ietwat abstracte herinnering niet onthouden die ik overhield aan mijn eerste bezoek aan de Pyreneeën. Het is niet meer dan een
mental picture van een verweerde muur, begroeid met klimop, ergens in de afzink van Cauterets. Bij nader inzien kan het dus toch zo moeilijk niet zijn om ook van deze zomer iets onvergetelijks te maken.
Labels: bergen, column, Pyreneeën, televisie, verliefd