Goliath
Een reus wordt verondersteld groot te zijn. Of op zijn minst indrukwekkend en overweldigend. Door zijn gigantisch ego valt hij altijd en overal meteen op. Zo niet in positieve zin, dan minstens omdat omstanders er bang voor zijn of geconfronteerd worden met hun eigen nietigheid. De uitverkoren manspersoon om het voltallige Israëlische leger te kleineren, zij het in een tweegevecht. Het is slechts een zeldzame David die daartegen opgewassen is.
Deze niet. Drie jaar lang liep ik hem tijdens de Sculptouren van Galerie Beukenhof achteloos voorbij. De reden is niet geheel duidelijk. Het kan best zijn dat hij zich verschool in de immense tuin, maar dat argument is amper vol te houden. Volgens Piet heeft hij zich namelijk elk jaar verplaatst en is zijn onzichtbaarheid bijgevolg niet te verklaren door één goed gekozen schuilplaats.
Een tweede mogelijkheid is dat de galerijhouder liegt. Het is niet ondenkbaar dat Piet zichzelf gehecht heeft aan dit mannetje, zoals je je aan een heggenmus kan hechten, en bijgevolg wil vermijden dat hij zijn stil geluk elders zoekt. De meest waarschijnlijke oorzaak is evenwel dat Goliaths bescheidenheid alleen ervoor gezorgd heeft dat hij al die tijd kon opgaan in het indrukwekkende decor.
Toen ik hem voor het eerst opmerkte, droeg hij nog de tekenen van een doordachte camouflage. Een langgerekte vogelplets trok een witte brij een brede streep van zijn achterhoofd tot een eind op zijn rug. Jarenlang in weer en wind hadden hem verder van top tot teen onder een roestlaag bedolven, zodat hij van op een afstand enkel maar een heel treffende gelijkenis met een dorre tak vertoonde. Eentje die tijdens een voorjaarsstorm van een van de omstaande bomen was gerukt en bij het neerkomen verticaal in de grond was blijven steken, midden een overigens keurig aangelegd veldje Pennisetum. Allerminst het afschrikwekkend beeld dat je van een klassieke Filistijnse tweevechter verwacht. Het verweerde staal gaf hem integendeel iets vredigs en gelaten. Een litteken dat door aanhoudende beproevingen de harde bast had aangetast. Mij verwonderde het in ieder geval niet dat sommige aanslagen zwaar waren aangekomen. De reus zag er bij nader inzien ook van dichtbij allerminst reusachtig uit. Aangezien hij midden het hoge gras was opgedoken, zag ik aanvankelijk zijn voeten niet (van een reus zou je verwachten dat je zijn hoofd amper kan zien, omdat het lichaamsdeel verdwijnt achter laaghangende wolken). Het was pas nadat we wat oneerbiedig tussen de grashalmen gingen woelen dat we ontdekten dat hij eigenlijk nog op een heuveltje stond, wat even een beeld van Ben Crabbé opriep die Blokken presenteert.
Ook al droeg hij klaarblijkelijk een harnas (wat op zich ook al wijst op een eerder wankel geloof in zijn eigen ongenaakbaarheid) dan nog kwam hij mij in eerste instantie nogal vriendelijk over. Als dit volgens de kunstenaar John Bulteel een Goliath was, wat zijn naamkaartje inderdaad bevestigde, dan moest het beslist de laatste uit de reuzenklas geweest zijn. De niet-reus, die meer aan een konijn deed denken dan aan een gigant. Een echte Vlaamse reus. Een underdog waar gemakkelijk de spot mee gedreven werd, wat meteen de littekens verklaarde. Arme reus.
Ik ben geneigd om Goliath voortaan op deze manier te benaderen, hoewel er ook een alternatief mogelijk is. Misschien dwingt de kunstenaar ons in de rol van David. Telkens we voor de reus staan, kijkt hij in de ogen van zijn overwinnaar, die hem luttele ogenblikken later, met een houw van zijn eigen zwaard, zal onthoofden. Hij krijgt ons in het vizier nadat we hem net, met een flinke zwaai van onze slinger, een fikse steen in het midden van zijn voorhoofd hebben gemikt.
Je zou voor minder een eind krimpen.
Labels: kunst reuzen