Bid voor ons
Er is maar één plek ter wereld waar je op Drievuldigheidszondag om 8 uur ’s morgens wil zijn en daar was ik. Ik keek een beetje spichtig om mij heen omdat ik vreesde dat mijn opgejaagde hartenklop het feestelijke gebeier van de kerktorenklokken zou overstemmen. Tot ik besefte dat iedereen die hier op de afspraak was wel een reden had om zijn hart te horen slaan. Vreugde of verdriet of angst omdat je de Fiertel toch per se niet wilt missen, ook al heb je bijvoorbeeld ’s anderendaags je zwaarste examen of ben je op sterven na dood. Even later liep ik, samen met nog zesduizend Ronsenaars, in het zog van een eeuwenoude kist met een handvol schamele vingerkootjes van Sint-Hermes. Elk jaar worden die over de grenzen van de stad meegezeuld om de inwoners van de waanzin te bevrijden. Satan zou wel weer niet willen wijken, maar we zijn gek genoeg om het elk jaar 32 kilometer lang te proberen.
Ooit heb ik de kapitale fout gemaakt een paar weken voor de Fiertelommegang te trouwen met een meisje uit Geraardsbergen. Verblind door de liefde verzuimde ik het haar een inburgeringstest te laten afleggen, waardoor ze per se meteen op huwelijksreis wou vertrekken. Op de zondag na Pinksteren zat ik bijgevolg in Belize. Gecco’s te vangen aan een afgeleefd zwembad waar
the queen mother ooit nog te water werd gelaten. Het was balen. Multiculturele samenlevingsvormen hebben heus niet alleen maar voordelen.
Wekenlang had ik gevreesd dat het scenario zich zou herhalen. Uitgerekend op een ogenblik dat mijn favoriete bedevaart dat extra duwtje in de rug van de medische wetenschap zou kunnen geven, zat ik gevangen in Córdoba. Hoe dichter de datum naderde, hoe meer ik er echter vrede mee kon nemen. Ik ken onze patroonheilige intussen een beetje en was ervan overtuigd dat hij nog menselijk genoeg was om onze kleine premature schat als geldig excuus te willen aanvaarden. Engelen hebben een voetje voor bij de bestrijders van de duivel.
De gelatenheid waarmee ik mijn lot wou aanvaarden, heeft blijkbaar indruk gemaakt. De heilige Romein engageerde zijn gevleugelde Griekse naamgenoot om kleine Nina veilig en wel naar België te vliegen. Haar tweede vaderland. Terwijl de jet over de te korte startbaan rolde, heb ik dure beloftes gedaan aan Hermes de god en Hermes de heilige en aan al hun vrienden en vriendinnen die ons wroeten en strijden van ginderboven in de gaten houden. Ik zal tempels bouwen en kathedralen en al haar pampers verversen, ik zal nooit zeggen dat ze zeurt, ik zal haar vriendjes niet bekritiseren, ze zal mijn prinses zijn.
Maar laat mij beginnen met die ommegang. Rond de plek waar ik wekenlang naar heb verlangd. Bid voor ons.
Het Nieuwsblad, Koffie & Croissant, 08/06Labels: column, cordoba, fré, nina, ronse