Martino Met Extra Augurken
Ritsen
Meestal ben ik de sympathieke automobilist. Met mijn bescheiden Opel stoom ik met een gezapige snelheid over de bulten van de Vlaamse Ardennen. Voortdurend op mijn hoede voor de verrassingen die achter elke bocht op mij wachten. Ook al zal u op mijn achterruit geen sticker vinden, ik rem zowel voor dieren als voor mensen. Zelfs als ze onverwacht oversteken op plekken die ik eerder met klein platgereden wild associeer dan met een dwarsgestreept hoefdier uit de Afrikaanse savanne. Mijn rechter middenvinger gebruik ik tijdens het sturen enkel om bij regenweer de ruitenwissers te activeren, mijn linker om de weggebruikers rondom mij tijdig te kennen te geven welke richting ik met mijn leven uit wil. Het is ooit anders geweest, ik geef het toe, maar toen was ik nog niet getrouwd en gebruikte ik mijn voertuig nog geregeld om vriendinnen te vervoeren.
De onsympathieke weggebruikers rijden steevast met onsympathieke wagens. Die onderscheiden zich niet door een naam maar door een nummer van andere onsympathieke wagens. Het staat doorgaans in letters van chroom op het kofferdeksel vermeld. Onsympathieke chauffeurs knipperen met hun lichten als ik op de autosnelweg weer veel te lang op de linker rijstrook blijf hangen. En als ik dan wat weerwerk bied, komen ze hun neus in mijn kont steken. De vettigaards. Dat soort chauffeurs parkeert ’s zaterdags op de parking van de Delhaize ook altijd op de doorgangsstrook omdat de dichtstbijzijnde parkeerplaats zich op minstens vijftig meter van de ingang van de supermarkt bevindt. Vervolgens steken ze hun alarmlichten aan, stappen uit en gaan doodgemoedereerd hun boodschappen doen.
Het doet pijn aan het hart dat ik in één bepaalde situatie altijd verkeerdelijk bij de onsympathieke mensensoort word gerekend. Als er ergens moet geritst worden, namelijk. Steevast krijg ik vanuit tientallen auto’s tegelijk visuele verwijten naar het hoofd geslingerd omdat ik het waag om via de linker rijstrook naar de kop van de file door te schuiven. Terwijl ik gewoon opvolg wat op kanjers van verkeersborden, links en rechts van de weg, als gewenst gedrag aangegeven staat. Eenmaal aan de snuit van de rij aangekomen, net voor de versmalling – en niet twintig meter ervoor! – wacht ik hoffelijk om weer rechts in te voegen. Een schitterend systeem om met een hindernis in het verschiet het verkeer toch vlot te laten verlopen. Waarom voel ik mij in dergelijke gevallen dan altijd als een verkeersparia? De confrontatie komt des te harder aan als uitgerekend degene die me dan niet wil laten voorgaan een onsympathieke auto bestuurt. Deze week bestond zo’n man het om via zijn open raam een sigarenpeuk naar mijn sympathieke wagen te lanceren. Hij kreeg een dikke middenvinger terug.Het Nieuwsblad, Koffie & Croissant 02/03Labels: column
"Ik heb mij daar heel lang schuldig over gevoeld. Maar ineens... Allez, leest den Bijbel: 'Vader, ik heb gezondigd voor den hemel en voor u, ik ben het niet waard uwe zoon te zijn.'
Maar wat heeft de Vader geantwoord? 'Haal het vetgemeste kalf en slacht het, want de zoon die ik verloren had, heb ik teruggevonden!'
Er is niemand die zo een kruis moet blijven dragen!"
(Martino, Arne Sierens)
Zeg het!