Naar zee
Wij zijn op reis geweest. Wij zijn naar zee geweest. We zijn met de auto geweest. Mijn mama vond dat het niet altijd Spanje of de bergen moest zijn. Mijn papa was het daar niet mee eens, al had hij nu ook wel zijn buik vol van Spanje, zei hij. Vorige keer had mijn mama haar buik vol in Spanje. En toen kwam Nina eruit. Mijn mama was gewonnen omdat ze zei dat ik ook veel liever naar zee ging. Ik ben nog nooit naar zee geweest, wel naar de bergen. Die zijn hoger dan de zee.
Ik moest op de blauwe dag vroeg opstaan omdat we ten laatste om negen uur zouden kunnen vertrekken. Dat is vroeg, negen uur. Begrijp me niet verkeerd, ik word meestal al om zeven uur wakker maar dan wil ik met Bob De Bouwer spelen en met mijn indianenhoed en met mijn sportauto en met mijn fiets, die in de regen was blijven staan, en met mijn boormachine, die volgens mijn papa een klereherrie maakt maar die ook in de regen was blijven liggen en die nu kapot is. Ik moest nochtans nog een gat boren in de zetel maar mijn mama zei dat daar toch geen tijd voor was want we moesten voor negen uur vertrekken.
We zijn om kwart na tien vertrokken. Mijn papa was vies gezind omdat het precies was alsof we voor een maand op een onbewoond eiland moesten overleven, terwijl we maar voor een lang weekend naar Zeebrugge gingen. Volgens mijn papa zijn daar ook winkels om aardappelen te kopen en worst en water en nu waren we zoals Hollanders die naar het Zuiden van Frankrijk trekken, met hun camper volgeladen met aardappelen en worst en water. Ik zat in mijn stoel naast twee bakken van de Colruyt en aan de andere kant zat mijn mama. Ik kon haar bijna niet zien zitten. Normaal zit mama naast papa maar nu zat zusje daar. Mama wou Nina in de gaten kunnen houden, zei ze. Als ze op de achterbank in haar maxi-cosi zit dan moet mama zich altijd omdraaien en dan wordt ze misselijk omdat papa zijn bochten altijd veel te scherp neemt. Uit Nina komt ook kots.
De zee is fantastisch! Alleen vind ik dat het er te veel waait. Het water vind ik ook niet tof. Het blijft een klereherie maken, ook al heeft het een hele nacht in de regen gelegen. Ik was een beetje bang. Op de schuifaf niet. Ik ben er wel duizend keer op geklommen en af gegleden. Alleen de eerste keer niet. Toen ben ik langs het trapje weer naar beneden gekomen omdat het te hoog was. Papa heeft dan een vlieger gekocht om mij weer blij te maken, maar ik ben hysterisch beginnen te wenen. Ik vond het maar niets dat papa die vlieger zo helemaal alleen aan een dun touwtje in de lucht liet waaien. Ik zei dat hij moest stoppen maar hij ging maar hoger en hoger. Mama zei dat papa een klein kind was.
Volgend jaar gaan we weer naar zee. Dan ga ik ook een zandkasteel bouwen. Zoals papa. Als het niet regent.Liefs, Seppe.Labels: bergen, column, cordoba, fré, nina, seppe