Martino Met Extra Augurken
Op weduwschap
Het is 7 uur en ik krijg een sms’je. Ik laat de drinkende baby lichtjes naar achter overhellen zodat ik met mijn linkerhand, waarmee ik haar hoofdje ondersteun, bij mijn gsm kan. Zolang de wetenschap er niet uit is of die stralen schadelijk zijn, gun ik de academici het voordeel van de twijfel. Nina laat een boer. De 70cc die reeds in haar slokdarm was verdwenen keert voor een deel terug. Net nu ik vergeten was om haar een slabbetje voor te knopen. De witte Ikeazetel slorp de Nutriton sneller op dan mijn dochter. Het kussen omdraaien voor het bezoek dat zaterdag komt, is geen optie want daar heeft Seppe een paar weken geleden een boterham met choco op laten vallen. ‘Alles in orde met de kindjes?’ vraagt Fré, net voor ze de Chunnel inrijdt voor een reis onder de zee.
‘Ik wil er uit!’ roept Seppe in de keuken. ‘Eerst je cornflakes en je boterham’, antwoord ik. ‘En is je Yakult al op?’ Hij beweert van wel. ‘Ik geloof je niet’, roep ik terug. En ik heb daar redenen voor. Anders duurt het een halfuur vooraleer hij er begint over na te denken om een hap te nemen. Doorgaans moet ik dan nog een paar schrikbeelden oproepen van kindjes met dikke buiken uit Biafra vooraleer er effectief vooruitgang wordt geboekt. En aangezien hij niet weet wat er eind de jaren ’60 in dat deel van Nigeria is gebeurd, is dat dan alleen nog maar te danken aan Fré die ter compensatie de rol van begrijpende ouder op zich heeft genomen. Maar nu is Fré er niet en zit hij bovendien nog maar tien minuten in zijn stoel. ‘Ik moet pipi doen’, zegt hij. Omdat ik Nina te bruusk in haar relax zet, kotst ze ook de rest van die 70cc uit. Ik laat haar in eigen nat sudderen terwijl ik verhinder dat Seppe de overlast nog doet toenemen. ‘Waar zijn je cornflakes en je boterham?’ vraag ik. Er ligt amper een maïsvlok op de grond. ‘Op’, bevestigt hij.
Dit lijkt een kantelmoment. De babysit belt aan, Seppe wil niet zijn volledige speelkamer maar alleen zijn geïmproviseerde sinterklaasstaf en zijn, als mijter dienstdoende, Bob De Bouwerhelm meenemen naar de badkamer. Bovendien blijkt hij het meteen eens met de outfit die zijn moeder heeft klaargelegd. Het is 7.59 uur als we de deur uit gaan, 8.10 uur als ik een parkeerplaats vind en 8.17 uur als ik hem op school drop. Mooi op tijd om over een kwartier op mijn afspraak te zijn. Nog even bij de bakker langs, anders sterf ik deze middag een hongerdood. ‘Goedemorgen’, zegt de bakkersvrouw. ‘Onze Fikkie heeft een kilogram pralines opgevreten (...). We waren op weg naar mijn schoonbroer (...) en ik had het cadeautje op de achterbank gezet (...). Hij is er vreselijk ziek van geweest (...). Hebben jullie een hond? (...)’
Weer een sms van mijn vrouw. ‘Waarom antwoord je niet?’ Heerlijk.
Labels: column, fré, nina, reizen, seppe
Ziekteverlof
We moeten af van drieletterwoorden. Die brengen ons alleen maar onheil en ellende. Als we iets onthouden van BHV, dan is het dat we het zo snel mogelijk willen vergeten. Dat geldt ook voor RSV. Ook van dat verlammende virus weet ik het fijne niet maar over de gevolgen ben ik evenzeer niet te spreken.
Die naam viel dinsdag voor het eerst in de consultatiekamer van de pediater. De jonge dokter was zo lief om meteen ook de verklaring van de afkorting te geven maar die ontging mij volkomen. Nina probeerde op dat ogenblik om niet te stikken in haar eigen slijm en putte zich desondanks toch nog uit om één van haar liefste glimlachjes tevoorschijn te toveren. Dat is niet bevorderlijk voor de parentale concentratie. Omdat er zich bovendien ook nog eens een dubbele longontsteking een weg naar binnen had gebaand, was het verdict kort en krachtig: ‘dat wordt uitzieken in het ziekenhuis’. Het lachen verging mijn lieve schat toen een voedselsonde zich even later een weg zocht naar haar maag en al helemaal toen een naald op zoek ging naar bloed. En nog eens. En nog eens. Heeft ze wel aders, heeft ze wel bloed, dacht ik. Maar daar hield ik mee op toen ze me door haar zuurstofkoepel recht in de ogen keek. Hemel! Ze dacht toch niet dat ík haar als speldenkussen gebruikte? Het was de verpleegster! Als babygansjes het eerste bewegende voorwerp voor hun moeder aanzien, dan leek het me helemaal niet zo verwonderlijk dat mijn kleine meisje mijn hulpeloze gezicht voortaan zou associëren met de pijn die haar werd aangedaan. Ik gaf mijn wijsvinger de opdracht om de palm van haar handje nog wat zachter te strelen, maar ze kneep hem fijn.
Toen ik dezelfde avond thuis kwam bij kind twee, werd ik verwelkomd met een hoestaanval. Seppe wou een knuffel. Zijn mama ook. Hij had het warm. Zij ook, maar ze moest naar Nina om daar te nachtwaken. Hij wou wat drinken en werkte vervolgens het enige halve boterhammetje naar buiten dat er die dag was ingegaan. Arme schat. ‘Seppe ook een beetje ziekjes.’ Zijn zeurende ‘Papa, ik wil bij jou in bed slapen’ had bijgevolg hetzelfde effect als dat glimlachje van zijn minizus eerder op de dag. Ik bezweek, liet hem in mijn eenzame sponde en deed vervolgens geen oog dicht. Bronchitis en een premature longontsteking oordeelde de dokter ’s anderendaags. Niet te vatten in een drieletterwoord, maar minstens even ingrijpend. Mijn herfstvakantie was nu officieel veranderd in ziekteverlof.
Sindsdien ontmoeten mijn vrouw en ik elkaar enkel bij het overhandigen van de ontbijtkoeken in kamer 462, waarbij we wat zuinige medische informatie uitwisselen. Niet geslapen, veel gerocheld. Ben jij oké? Daarna gaat zij brood verdienen en geniet ik van alweer een dag zalig nietsdoen.
Labels: column, fré, nina, seppe
"Ik heb mij daar heel lang schuldig over gevoeld. Maar ineens... Allez, leest den Bijbel: 'Vader, ik heb gezondigd voor den hemel en voor u, ik ben het niet waard uwe zoon te zijn.'
Maar wat heeft de Vader geantwoord? 'Haal het vetgemeste kalf en slacht het, want de zoon die ik verloren had, heb ik teruggevonden!'
Er is niemand die zo een kruis moet blijven dragen!"
(Martino, Arne Sierens)
Zeg het!