Clusterbommen
Het haar is vroeg gevallen dit voorjaar. Ik zou de berg wel eens bij elkaar willen zien die het peloton wielertoeristen half maart al bij elkaar heeft geschoren.
Aqua Jet Vlerick en andere ruimerkes die het land met hun megaontstoppers behoeden voor een algemene constipatie wrijven zich in de handen. Als ik mij de klodders zondagsfietsers voor de geest haal die mij vorige weekend hebben verhinderd om tijdig bij mijn schoonmoeder te zijn voor haar koetong in maderasausfestijn, dan zijn honderden afvoerputjes nu beslist al aan hun verzadigingspunt toe. Dichtgeslibd met
the best a man can get.
"O? wat wonen jullie daar rustig", krijg ik nu al tien jaar te horen, door leken die de Vlaamse Ardennen alleen maar kennen van hun idyllische zondagnamiddagwandelingen. Of van de foto’s die de toeristische diensten rondstrooien. "
Aan de voet van één van de vele cols, in de schaduw van het monument voor Karel Van Wijnendaele, de man die zijn volk leerde rap rijden." Ik nodig ze uit om eens rond tien uur in de voormiddag aan mijn brievenbus te komen staan. Een goede ongevallenverzekering is geen overbodige luxe. Met tientallen vallen ze als clusterbommen de holle weg naar beneden. Links, rechts, in het midden. Het liefst zigzaggend. Want ja verdorie, er zijn hier putten in de weg die hun frêle bandjes pijn zouden kunnen doen.
Met een rotvaart. Ze hebben eerst de Côte du Trieu beklommen of de Oude Kwaremont en dat is hen in negen van de tien gevallen slecht bekomen. Het is zaak om die frustratie vanwege het opgestapelde wintervet er bij de eerste afdaling af te trappen. Waag het niet om tegen die tijd het plan op te vatten naar de bakker te rijden om drie croissants, evenveel chocoladekoeken en een smeuïge ronde suisse. Veel kans dat je niet eens het einde van de straat haalt en je liefhebbende gezin van honger omkomt.
Probeer je dan eens
voor te stellen wat er gebeurt als je je tegen aperitieftijd van Ronse naar Geraardsbergen te
wil verplaatsen. Dan moet je zowat de volledige bergzone van de Ronde van Vlaanderen voorbij, op een ogenblik dat al die mannen zich afvragen wat hen die ochtend heeft bezield om op die fiets te kruipen.
Ondertussen blijven ze in het diepst van hun gedachten wel Tom Boonen. Als er al een fietspad is, rijden ze er dus naast, waardoor je kilometerslang achter het peloton kan blijven bengelen. Daar verbleekt de hel van het Noorden bij. Dus kwam ik te laat aan de voet van de Muur. De eerste frieten waren al koud en de tong van Margriet lag al van de tomatensaus, de balletjes en de champignons de Paris te likken. Met dank aan minister Bourgeois die extra geld vrijmaakt om de Vlaamse Ardennen voortaan ook in het buitenland als fietsparadijs te promoten.
Labels: column