Goede manieren
Onze Seppe had woensdag zijn eerste vestimentair conflict met zijn moeder. Hij weigerde om zijn nieuwe blauwe t-shirt met lange mouwen aan te trekken. De reden versmoorde in tranen van onbegrip en groene snottebellen. Toegegeven, er stond een ietwat lullige tekening van een vis op en het is uiteraard pas ‘s vrijdags visdag, maar ik mag veronderstellen dat het geen religieus fanatisme betrof. Eerder klikte juf Carola immers ook al discreet dat hij zich geregeld schuldig maakt aan
steaming, ’s namiddags tijdens de appeltjes. Kniehoog gezeten aan de dis durft mijn zoon Malik of Laurentien al eens een ferme por te verkopen in ruil voor nog een kwartier of een schijfje banaan. Dat is extra vreemd, aangezien hij er doorgaans met geen stokken, en zelfs niet als je het hem vriendelijk vraagt, toe te bewegen is om enig vast voedsel tot zich te nemen. Zo vastberaden dat zijn ouders zich al weken afvragen hoe hij er in slaagt om in leven te blijven. Op dit ogenblik staan we op het punt om aan te nemen dat onze zoon een nieuw hoofdstuk heeft aangesneden in het dikke boek der evolutie. De era waarin de homo sapiens voedsel afzweert om in leven te kunnen blijven. Ik wil het kunnen uitleggen, stoort het? Hij laat zich tenslotte ook geregeld ontvallen dat papa stout is en hij vindt samengestelde woorden uit met "pis" en "kak". Dat is gênant, vooral omdat we dan meestal staan te wachten aan de kassa van de Delhaize. Maar zet je hem daarvoor in de hoek? Natuurlijk niet, want hij vindt de hoek enig! "De hoek staan papa?" Hooligan!
Was hij nu al wat ouder geweest, dan wist ik wat te proberen. Na drie baldadigheden zou ik hem een dag toevertrouwen aan de goede zorgen van een OCMW-afdeling en daarmee basta. De verzamelde schoolhoofden van Deinze en omstreken menen immers dat
kids die niet horen willen, vuilniszakken moeten buiten zetten in een ziekenhuis of in een bejaardentehuis koffie en taart moeten serveren of stront rapen op een kinderboerderij. Ik kan niet nalaten aan wijlen mijn grootvader te denken. De goede man was amper een paar dagen resident van Home St-Leonard of hij had zich al per abuis en zonder kloppen, toegang verschaft tot de kamer van zijn overbuurvrouw. Het besje meende dat hij haar wou nemen en schreeuwde de hele kloosterorde bij elkaar. Een gedachte verder kwam ik mijn groottante tegen. Naarmate haar tijd kortte, verkondigde ze met steeds meer aandrang dat niemand haar de les hoefde te spellen. Dat ze zelf wel zou uitmaken wat goed voor haar was. De politie nam haar middenin de nacht op, terwijl ze in een voortuintje bloemen aan het stelen was. Niet vooraleer ze eerst via het venster uit de kliniek was ontsnapt. En op een boerderij leer je fluimen. Ik bracht daar als kind mijn zomers door en mijn vrouw ergert zich nog steeds dood bij elke rochel. Bij nader inzien weet ik dus nog niet zo zeker of dit de plekken zullen zijn waar onze Seppe straks goede manieren zal leren.
Koffie & Croissant, Het Nieuwsblad 17/11