Martino Met Extra Augurken
vrijdag, december 02, 2005
  Doodgaan en hop, weer verder
Het was een van de eerste melkwitte lentedagen van het jaar. Ik was opgestaan met een ikeagevoel. Alles rondom mij was nieuw. Dat had bij nader inzien niets te maken met de dingen zelf. De nachttafel naast mijn hoge bed was nog steeds de imitatie Louis XIV met vezelplaten dekblad van de avond voordien en ook het venster hing nog op exact dezelfde plaats aan de muur. Toen ik er mijn kop door stak, zag ik tien meter verder een koolmees zitten. Het diertje keek mij aan en leek mij, tot mijn verbazing, te begrijpen. De logeerkamer droeg voor de rest nog steeds de geur van drie generaties niet verwezenlijkte dromen en van oude linoleum die zich krult naar het licht. Mijn oma en opa zaten aan de keukentafel, zoals ik ze daar de voorbije tien jaar al had zien zitten.
Dat was het, ik nam alles veel scherper waar. Alsof de zenuwprikkels vanuit mijn zintuigen een sluipweg hadden ontdekt onder mijn hersenpan, waardoor ze plots veel dichter bij een soort allesomvattende logica konden komen.
Het gevoel was mij niet helemaal vreemd.
Nagenoeg op identiek dezelfde plek. Ik moet een jaar of vijf geweest zijn. Mijn grootmoeder had appelbeignets gebakken. Ik zat met mijn rug naar de schouw, een bord met poedersuiker voor mijn neus. De eerste hap van de eerste schijf was zo ziedendheet dat ik van tafel opsprong en in één vloeiende beweging, bek open, een hordeloop door de kamer begon. Ik zag de tabaksdoos van mijn grootvader naast de foto van zijn schoonmoeder in de sneeuw. “Sindsdien heeft het nooit meer zo gesneeuwd.” Ik zag elke stamper van elke roos op het behang. Ik rook de zoete geur van het borrelende vet, die zich vermengde met het aardse van steenkool in de continu. De eerste dag van mijn eerste leven.
Nu, zes jaar later, zou niemand deze bijzondere dag nog kapot maken. Daar durfde ik mijn hand voor in het vuur steken. Ik kuste ze beiden tot ziens en sprong op mijn fiets. Ik kliefde de lauwe wind. Broeke uit. De Glorieuxlaan had nog geen middenberm. Den Bruul liep nog niet onder. Op het kruispunt van de Elzelestraat en de Oude Vesten stonden er nog muren rond de zitbanken van café Musical. Zeer te mijden! Het groen daar stond nog niet in gemetselde bakken maar veroorzaakte nu en dan een infarct in de bierleidingen.
Daar ging ik voor de eerste keer dood. Een rode auto kwam van de Markt en schepte mij op zijn voorruit. Ik denk niet dat ik geleden heb. Misschien wel. Het gekke is echter dat ik me uitgerekend van dat ene moment niets meer herinner. Ik raapte mijn fiets op en reed gewoon verder. Voor de pettenwinkel, waar nu het museum is van de grote Ronsische klokkenluider Ephrem Delmotte, heb ik wel nog eens omgekeken. Ik moest toch stoppen want het was rood. Maar er was niets bijzonders meer te zien. Geen politie of zo, of een ziekenwagen. Of een engel.
Sindsdien denk ik dat sterven doodgewoon moet zijn.
Thuis vroeg mijn moeder of ik goed geslapen had bij bomma en bompa. Ze kuste mij gedag. Mijn vader had voor hij naar zijn werk vertrok een briefje op de tafel gelegd. Of ik zijn duivenhok wou kuisen en de beesten daarna vers drinkwater wou geven. Mijn hond had ’s nachts, terwijl ze op dat trouwfeest waren, onder de kast gescheten, maar ik rook er al niets meer van. Er was ook weer file in mijn kop. Alleen de herinnering aan de euforie van de voorbije uren stuiterde nog tastbaar in mijn lijf. Toen ik de achterdeur dichtsloeg, schoot de koolmees in paniek dwars door de pruimenboom, het luchtruim in. Het lag ongetwijfeld aan mij, maar ik kon het niet helpen. Dieren zijn niet gemaakt om mensen te begrijpen. En euforie mag waarschijnlijk niet eeuwig blijven duren. Misschien word je daar wel zot van. Of merk je het niet eens meer als je nog eens doodgaat.
Kijk, we moeten daar niet moeilijk over doen. Je stapt gewoon quasi ongemerkt een trapje hoger en daarna gaat het leven weer zijn gewone gang.
 
Comments: Een reactie posten



<< Home
"Ik heb mij daar heel lang schuldig over gevoeld. Maar ineens... Allez, leest den Bijbel: 'Vader, ik heb gezondigd voor den hemel en voor u, ik ben het niet waard uwe zoon te zijn.' Maar wat heeft de Vader geantwoord? 'Haal het vetgemeste kalf en slacht het, want de zoon die ik verloren had, heb ik teruggevonden!' Er is niemand die zo een kruis moet blijven dragen!" (Martino, Arne Sierens)

Mijn foto
Naam:
Locatie: Ronse, Belgium

ARCHIVES

2005-11-27 / 2005-12-11 / 2005-12-18 / 2006-01-01 / 2006-01-08 / 2006-01-22 / 2006-01-29 / 2006-02-05 / 2006-03-05 / 2006-03-12 / 2006-04-09 / 2006-07-09 / 2006-07-16 / 2006-07-30 / 2006-08-06 / 2006-08-20 / 2006-08-27 / 2006-09-24 / 2006-10-01 / 2006-10-08 / 2006-10-15 / 2006-10-22 / 2006-10-29 / 2006-11-05 / 2006-11-12 / 2006-11-19 / 2006-11-26 / 2006-12-03 / 2006-12-10 / 2006-12-17 / 2006-12-24 / 2006-12-31 / 2007-01-07 / 2007-01-14 / 2007-01-21 / 2007-01-28 / 2007-02-04 / 2007-02-11 / 2007-02-18 / 2007-02-25 / 2007-03-11 / 2007-03-18 / 2007-03-25 / 2007-04-01 / 2007-04-08 / 2007-04-15 / 2007-05-06 / 2007-05-13 / 2007-05-20 / 2007-05-27 / 2007-06-03 / 2007-06-10 / 2007-06-17 / 2007-06-24 / 2007-07-01 / 2007-07-08 / 2007-07-15 / 2007-07-22 / 2007-07-29 / 2007-08-05 / 2007-08-12 / 2007-08-19 / 2007-08-26 / 2007-09-02 / 2007-09-09 / 2007-09-16 / 2007-09-23 / 2007-09-30 / 2007-10-07 / 2007-10-14 / 2007-10-28 / 2007-11-11 / 2007-11-18 / 2007-11-25 / 2008-03-30 / 2009-08-02 / 2009-09-13 / 2009-09-20 /


Powered by Blogger

Zeg het!